De nieuwe wildernis…

Affodil:

Voeg hier je gedachtes toe.. (optioneel)

Originally posted on Affodil is terug...:

Kinepolis Antwerpen wordt dit jaar 20 jaar. En het moet van de beginjaren geleden zijn dat we er eens een film gingen zien. Wij zijn geen filmkijkers. En al helemaal niet op verplaatsing. Maar deze wilden we niet missen. Omdat hij over natuur gaat. Omdat hij over de Oostvaardersplassen gaat. En omdat ik wil bijleren. Gisteravond was het zover.

Eén van de redenen waarom ik filmzalen mijd, is het ontstellende lawaai waardoor ik altijd een paar dagen met hoofd- en oorpijn zit dus had ik nu voor alle zekerheid oordopjes mee.
De film begon met een citaat van A. Roland-Holst:
“De stilte van de natuur heeft vele geluiden”
Hoe waar! En hoeveel houden we van die stilte! Ik had al tegen Manlief gezegd:” Ik hoop dat ze er geen heel symfonisch orkest bij gesleept hebben, want dat hoort hier niet bij”. Ze hebben het wél gedaan en bij momenten stoorde de…

View original 415 more words

Categories: Ongeregeld goed | Leave a comment

Ooit gemist…

En ik kan niet in uitgesteld relais kijken, want het wordt niet op de bekende link aangeboden. Balen!
Zo zou je kunnen omschrijven wat ik voelde toen ik de vermoedens van Manlief gisteren mogelijk bevestigd zag.

Mijn betere helft was in de tuin bezig de haag een kort coupke aan te meten, toen hij opeens “iets” zag vliegen. Onmiddellijk verloor hij alle belangstelling voor onze groene muur, want hij had direct door dat het geen buizerd was en ook geen kiekendief, zoals we wel eens vaker zien (en in het geval van een buizerd vaak ook horen, want die zijn nogal verbaal).

Hij naar binnen, om zijn roofvogelboeken. Na veel over en weer geblader en nog meer ongeloof, kon hij niet anders dan besluiten dat hij een arend had waargenomen. Hij was dan ook in alle staten toen ik thuis kwam. Ik moest onmiddellijk zijn beschrijving verifiëren (en liefst bevestigen). Niet gemakkelijk als je het niet met eigen ogen gezien hebt, maar uit de details over het vliegbeeld kon ik toch ook moeilijk een andere conclusie trekken.

Ik ging direct aan de pc zitten om te zoeken in de waarnemingen van de laatste dagen. Geen enkele arendsoort gemeld. Heel af en toe -maar dan meestal in de winter- wil er nog wel eens een zeearend in de polder langskomen. Enige teleurstelling was ons niet vreemd, maar toen ik vannacht – ik kon weer eens niet slapen en was dan maar weer aan de pc gaan zitten – de link opnieuw aanklikte, kon ik mijn ogen niet geloven: in Kieldrecht (dus niet eens zo ver van  ons, in vogelvlucht) had iemand een dwergarend gezien. De waarneming was ook gemerkt met een vraagteken, wegens geen verrekijker bij de hand om goede details van het verenkleed te zien.

Volgens Manlief was de vogel te groot voor een dwergarend (die is maar zo groot als een buizerd), maar als je ze niet in de hand hebt en naast elkaar ziet, is het moeilijk te beoordelen. De exacte omschrijving van mijn (v)echtgenoot luidt: “groter dan buizerd, contrastrijk verenkleed, typisch silhouet van arend, cirkels trekkend in de lucht”. Dat wordt dus elke dag de waarnemingen nalezen tot er een zekere determinatie is.

Een waarneming die met de nodige omzichtigheid moet genoteerd worden, maar toch… Kiekeboelen!!! Goose bumps!!! Chair de poule!!!

Categories: De natuurgids, In de tuin | Tags: , | 4 Comments

(Eco)logisch tuinieren…

ik werk (voorlopig nog even) op een campus waar – naast gras en aangeplant groen – ook nogal veel zogenaamd onkruid uitschiet. Bovendien is de ringweg om de gebouwen aangelegd met van die zandlopervormige schakelklinkers met grote voegen (en gras en mos) ertussen. 

“Tstad” wil niet dat er nog onkruidverdelger gebruikt wordt, dus moet dat groen er op een andere manier tussenuit, willen we in het natte seizoen niet overstelpt worden met aangiften van botbreuken door glijpartijen. Eerder werd al eens gepoogd het “onkruid” te verdelgen door het met een soort vlammenwerper op wieltjes te verbranden. Met heel beperkt succes. Het enige wat op een gegeven moment grondig verbrand was, was de machine zelf. Bovendien gebeurde dit steevast tijdens zonnige dagen (als het regent krijg je het gras zeker niet in de fik) en dan kon je maar beter het raam van je bureau dicht houden – alle zon ten spijt – want anders verging je van de stank.

Rustiger en minder luchtvervuilend werd er opgeruimd op de taluds en puien: jobstudenten, gewapend met een oude patatschiller en een plamuurmes zaten 2 maanden te prutsen tot ze er bij in slaap vielen (letterlijk). Die ging ik dan al eens wakker schudden als ze te erg in de zon lagen. Kwestie van achteraf niet met zonnesteken te moeten afrekenen. Onnodig te zeggen dat het rendement van de operatie nogal mager uitviel, zeker? Het gras groeide rapper terug dan het weggepeuterd werd. 

Dit jaar heeft men een andere oplossing gezocht: de voegen tussen de klinkers worden nu niet meer te vuur en te zwaard bestreden, maar met een soort borstelschuurmachine voor buiten. In plaats van zachte borstels zijn het er van stevig staaldraad. Héél efficiënt! Ik moet het toegeven. Maar dan …

Dan ligt al dat wiedsel nog rond te slingeren. En dus kan ik op dit eigenste moment vanuit mijn bureel waarnemen: 1 straatschrobmachine (mét lawaai en rookpluim van de motor), 2 bladblazers om alles op een hoopje te blazen (mét lawaai en rookpluim uit hun motor) en een bosmaaier die … ja, die wàt maait? (maar ook mét lawaai en rookpluim uit de motor). 

Mijn werk (verrekeningen waar ik mijn gedachten zou willen bij houden) heb ik al aan de kant geschoven. Ik neem nu maar een vervroegde lunchbreak, in de hoop op betere tijden later deze dag. Best mogelijk dat ik intussen een paar telefoons en klopjes op de deur gemist heb, want ik heb oordoppen in. En zelfs als er zeven zonnen zouden schijnen zou ik er nog niet aan denken om het raam open te zetten, want zelfs door de (heel minieme!) kieren komen de uitlaatgassen naar binnen. 

Eco logisch?

Categories: In de tuin, Techniekjes | Tags: | 6 Comments

De vakantieperiode is voorbij …

Voor ons moet er nog een leuk Bretoens sluitstuk komen omdat we ons niets meer gelegen laten aan de schoolvakanties, maar algemeen gezien herneemt de normale gang van zaken. Als je iemand wil bereiken, kan dat meestal weer op de gewone plaatsen en tijdstippen.

Wat hebben wij intussen nog gedaan? Naast met stijgend ongeduld en vooralsnog vergeefs wachten op Kleindochter4 dan.
Vorige week zaterdag een verlate moederdag-bbq met de kinderen en kleinkinderen. Waarbij de bbq omwille van het weer onder de dampkap stond (wat een handige bijkomstigheid is van onze keuze voor een elektrisch tafelmodel). Alleen voorzichtig zijn als er een vetdruppel op de gloeilamp valt. Dan kan er wel eens een steekvlam richting dampkap schieten. Gezien en genoteerd voor een volgende keer. Het zou wel eens kunnen dat het niet altijd even goed afloopt.
De volgende dag hebben we gebruikt om de sporen uit te wissen, zowel in de keuken, de woonkamer als de koelkast. Eveneens genoteerd: tegen volgende editie een vouwtafel bijkopen. Stoelen genoeg, maar met binnenkort nog een gastje bij zitten we nu toch wel met de ellebogen tegen elkaar.

In de loop van de week heeft Manlief oogstappels geraapt (ze vallen onrijp én vaak al wormstekig van de boom en zijn dan binnen een dag rijp/rot), peren geplukt (voor ze allemaal door de wespen aangestoken worden) en daar hebben we zaterdag alles samen 11l sap van gemaakt. En van dat sap plus een flinke toegift aan rozijnen proberen we een tafelwijntje te brouwen volgens een recept dat meekwam met onze starterset.
Met alweer “wachten” als motto, want de gisting duurt 2 – 4 maanden. Dan klaren, dus tegen dat ik met Groote Vakantie ga, begin volgend jaar, weet ik wat doen: bottelen. Pas dàn zullen we weten of het recept ook op de pagina met favoriete recepten thuis hoort. Voorlopig beperkt de begeleiding zich tot nagelbijtend de luchtbellen in het waterslot tellen … Na enkele uren was de boel al goed op gang. De eerste dagen zullen we zeker de boel goed in de gaten moeten houden want dan verloopt de gisting nogal flamboyant. Daarna moet het rustiger worden in het vat.

Deze week worden ook de eerste druiventrossen geoogst. Kwestie van vliegen en vogels vóór te zijn. De most wordt even ingevroren tot de trossen aan de andere druivelaar ook oogstrijp zijn. Dan kan de kleine dame jeanne in gang gezet worden, want ik verwacht niet dat we hier meer dan enkele liters grondstof zullen vergaren. Dit wordt onze eerste échte wijn, want wat we jaren geleden maakten was – net als het vat dat nu staat te gisten – vruchtenwijn. Just is just.
Met de rabarbercello en de notenporto erbij, waarschijnlijk voldoende voor een jaar lang leute en koppijn…

De doornloze braamstruik leverde in zijn tweede zomer tot hier toe al bijna 1,5kg vruchten op en er hangt bijna nog evenveel gereed om te rijpen. Er zullen dus dit jaar al een paar confituurpotten van de zolder moeten komen.

De bommaschorten hangen al klaar… ;-)

Categories: In de tuin | Tags: | 7 Comments

Vreetmachines in de tuin …

Voor het vierde jaar op rij hebben we onderstaande vreetmachines in onze tuin. Het zijn de rupsen van het groot avondrood, een prachtige nachtvlinder. Manlief maakte daar tijdens een vakantie in de Auvergne deze foto van:

iavondrood

Bij ons in de tuin hebben we tot hier toe enkel de rupsen waargenomen (wat uiteraard bewijst dat de vlinders in de buurt zijn, ik denk niet dat de ooievaar die kindjes bij ons brengt). Nachtvlinder,  dus zullen we volgend jaar onze toevlucht moeten nemen tot de opstelling van een wit laken met een lamp om eens een inventaris van nachtvlinders in onze tuin te kunnen maken.

De rupsen zijn niet minder spectaculair dan het imago. Ze komen steevast op ons waterdrieblad voor, iets wat we nergens als waardplant terugvinden in de literatuur. Maar blijkbaar voldoet de plant perfect aan hun behoeften, want ze zijn er erg fanatiek mee in de weer. Manlief heeft ooit vastgesteld dat zo één blad (dat toch aanzienlijke afmetingen heeft t.o.v. zijn belager) binnen 15 minuten verdwijnt tussen de kaken van de rups. De bruine versie geeft trouwens even een demonstratie van hoe efficiënt ze te werk kunnen gaan.

Groot avondrood (Deilephila elpenor L.):  groene rups

Groot avondrood (Deilephila elpenor L.):  bruine rups

Kenmerkend zijn de yinyang-achtige tekens naast de kop. Afhankelijk van de houding kan je ook soms zien dat de kop dikker is dan het achterliggende deel van het bovenlichaam.

Categories: De natuurgids, In de tuin | Tags: , | 10 Comments

Tuinsafari …

Na de vergeefse poging van gisteren (omdat alleen ik zo stom was om in de regen in de tuin te gaan zitten, de vogels gaven forfait) heb ik mijn vierkante meter speelruimte – na drogen, uiteraard – voor dit seizoen opgedoekt. De halve en hele vakantieweken hebben we gehad, het is elke ochtend weer vroeg op te staan om te gaan werken en volgend weekend komt het jonge volkje de tuin inpalmen.

Maar dat wil helemaal niet zeggen dat er nu niets meer te beleven valt in de tuin.
Om te beginnen zat Langbeen me vanmorgen vierkant uit te lachen op de garage. Ik heb me niet laten kennen. Ik kan hem later nog altijd doodkijken…
Toen de zon in de late namiddag eindelijk weer voluit ging, heb ik volgende beelden kunnen maken.

Een distelvlinder was zo vriendelijk uitgebreid voor de camera te poseren.

OK, een aangesneden beeld. Het is fotografisch niet helemaal correct. Maar in dit geval wilde ik vooral de bronstinten goed hebben en dan moet je onder de juiste invalshoek van het licht werken.

Ze laten de mensen soms om en om tollen tijdens warme zomernachten, als het slaapkamerraam open staat. Maar geef toe: als je er zo een ziet zitten: fraai plaatje, toch?

Vanavond ging de tuinsafari verder met groot wild.
Wie zich geroepen voelt hier even als natuurgids in te springen, mag zijn/haar gang gaan. Manlief heeft al zijn documentatie uitgevlooid op zoek naar de naam van deze vlinder, maar tevergeefs.
Dit prachtexemplaar kwam zich op het waterdrieblad posteren. Met de zon er nog vol op, leken delen van zijn vleugels van puur bladgoud gemaakt. Toen het licht lager ging zitten en hij in de schaduw zat, kwamen zowel het smaragdgroen als de subtiele inkt-op-perkamenten hiërogliefen tevoorschijn. Ook opvallend: de houding van de vleugels en de merkwaardige vorm van het hoofd. Ook de poten hebben een opvallende morfologie.

NVDR: Met de niet aflatende hulp van de experts van Natuurpunt heeft dit kind intussen een naam: Koperuil – Diachrysia chrysitis

En voor hen die het niet zo op kriebelbeesten voorzien hebben: zeg nooit zomaar “vuile vlieg” tegen een vlieg, want er zijn heel mooie vuile vliegen! En terwijl de ene graag pronkt, is de andere een meester in de camoufflagekunst.

Nog ééntje om het niet af te leren (opgelet voor gevoelige kijkers: wie aan aragnofobie lijdt, kan nu beter even een pilsje gaan halen):

Categories: In de tuin | Tags: , | 1 Comment

Die éne vierkante meter…

Zoals reeds eerder gemeld, heb ik een schuiltentje in de tuin staan. En al heb ik tot hier toe nog maar één keer een opname die naam waardig hier op mijn blog kunnen plaatsen, ik heb er intussen al een paar leuke (vroege) uurtjes in gespendeerd.

Het begint met vroeg opstaan dus. Vroeg zoals in 5:30 zo omtrent (voor de komst van onze reiger toch), want naast wakker worden moet je ook nog kleren aantrekken (en dat worden nu stilaan wat meer lagen want de tijd van de hittegolven is voorbij) en ook ietsje vochtbestendiger (want het dauwt flink en dat trekt in je kleren zodat je zit te verkommeren van de kou). Te mijden: alles wat bij de minste beweging ritselt.
Je kan ook best iets eten, want als je een reiger tot op 1,5-2m wil lokken moet je maag best niet gaan rommelen van de honger. In het begin heb ik op aanraden van Manlief een keer mijn e-reader meegenomen om het wachten wat te bekorten, maar ik heb hem niet eens aangezet, dus daar sleur ik niet meer mee. Eén: ik had schrik dat de schermverlichting me zou verraden en twee: teveel te ontdekken. En dan zijn we klaar zeker?

Bij het buitenkomen ziet het er nu rond 5:45 al zó uit:

Voor wie zich afvraagt wat die donkere flitsjes zijn die zich af en toe door het beeld bewegen: dat zijn vleermuisjes.

Voor de betere zichtbaarheid heb ik de rest van de fragmenten opgenomen toen het al wat lichter was. Maar het blijft al een beetje spookie tot rond 6:15-6:30. In het daglicht ziet mijn onderkomen er dus langs buiten zó uit:

De plaats van opstelling is niet zo random gekozen als op het eerste zicht lijkt. Dat ik zo dicht bij de haag ga posten heeft te maken met de opkomende zon, die anders teveel door de tent heen schijnt en mijn aanwezigheid verraadt. Het tentje staat al een paar weken op dezelfde plaats, mét statief er in (want de poot en de kop steken een beetje uit de daartoe geopende ritsjes en de vogels moeten de kans krijgen daar aan te wennen).

En binnen is je kijk op de wereld dan beperkt tot:

In the wee small hours of the morning ben je dus voor een groot deel aangewezen op je gehoor. En dan merk je pas hoe druk het al is. In die haag is het een voortdurend geritsel en gekrets van (overwegend) mussen die aan de dag beginnen. In het gazon en op het dak van de garage vechten 2 merels elke ochtend hetzelfde grensdispuut uit en op de nok van het huis zijn een Turkse tortel en een bosduif er nog altijd niet uit wie welk deel van het dak voor zich heeft. Wat meteen een verklaring is voor het geluid dat we in bed horen als het begint licht te worden.
Soms hoor je miniatuurpootjes over het canvas van de tent lopen en zie je de schaduw van een insect dat er een plaatsje op zoekt om in de opkomende zon te gaan zitten opwarmen. En toen Manlief eens gebruik wilde maken van mijn tentje, ging er een aardmuisje lopen. We zijn dus niet de enigen die er gaan schuilen.

Elke ochtend trekt er ook een groep ganzen uit de “kleine” polder in Bazel naar de “grote” polder in Kallo. Ze zijn in totaal met zo’n 50, maar meestal splitsen ze zich in een groepje of 3-4. Zo ook de ochtend dat ik deze beelden maakte. Groepjes 1, 2 en 3 waren al gepasseerd via een route die ik -mits enig gewriemel met statief en camera- kon vatten. Toen hoorde ik groep 4 aankomen en dit is het resultaat:

De pestkoppen vlogen achter mijn rug om. Je zal het altijd zien. Of toch zeker 9 keer op 10. Vergeet dus ook nooit je geduld mee te nemen als je wil werken vanuit schuilhut!

En dan is er nog dit: passeer ook eerst eens langs de badkamer. Anders wordt dit geluid een beproeving in plaats van een genot:

Categories: In de tuin | Tags: | 4 Comments

“Later” is al een beetje begonnen…

Het zomert maar verder. Gelukkig met iets gematigder temperaturen, zodat enige activiteit – hoe rustig ook – tot de mogelijkheden behoort.

Ik merk dat die activiteiten, wat mij betreft, steeds vaker van doen hebben met “later, als ik met pensioen ben”. Puur omdat “later” nu wel heel dichtbij komt. Nog maar 28 weken en “later” is “nu”.

De toekomstige fruitoogst

20 jaar op voorhand confituurpotten beginnen bijhouden heeft geen zin. Die staan in de weg en tegen dat je ze nodig hebt, ben je vergeten waar je ze gezet hebt. Maar nu loont het stilaan de moeite. Gelukkig heeft Manlief momenteel zijn zinnen gezet op het jam-assortiment van een merk dat gebruik maakt van het alom gekende type jampot:

augustus 001

Ze verkopen zeker 10 verschillende smaken, dus ik kan veel variëren terwijl mijn voorraadje materiaal gestadig aangroeit.

To do: in het najaar aalbessen- en kruisbessenstruiken planten. Bramen hebben we al staan en rabarber ook. Ik woon in de aardbeienstreek, dus daar steek ik vooralsnog -vooral uit plaatsgebrek- geen tijd in. En als het wat meezit hebben we volgend jaar weer een goede oogst mirabellen. Dit jaar hadden we er één. Zoals in 1… Dan deden de kersen het beter. Zelfs nadat spreeuwen, merels, duiven en ander gevederte zich het vliegend sch… . gevreten had, schoten er nog emmers kersen over voor wie lager bij de grond leeft. Om maar niet te spreken van wat er allemaal op de grond terecht gekomen is! De anders grijze klinkers zien nu overwegend paars.

De toekomstige, maar ook al een beetje de huidige geheimstokerij:

Sinds een jaar of 2 hebben we een wat éénkennige smaak ontwikkeld voor een bepaald merk whisky. Dat die in handige flessen zit is een leuke bijkomstigheid. En het geeft tenminste een soort van verantwoording bij aanschaf, nietwaar? Drie ervan doen al dienst voor het klaren van de rababercello:

augustus 002

We zullen ons nog eens moeten opofferen om nog wat extra flessen aan te schaffen, want ik heb ook nog bijna 5l notenporto te trekken staan. Maar we moeten ons niet haasten: we zijn nog 9 maanden zwanger van dat drankje. Uitgerekend tegen eind april.

To do: leren buikdansen met een glazen pot van 5l in mijn handen, zonder dat de inhoud verongelukt.

Onze beide druivelaars hebben voor ons niet minder dan 23 trossen druifjes in petto. A rato van een gemiddeld gewicht van 1,2kg per tros (berekend op de opbrengst van vorig jaar) is het dus de moeite om onze “madame jeanne” van 5l van onder het stof te halen en opnieuw zetgist en ander wijnmakersalaam aan te schaffen. Consider it done (n.v.d.r. : zijn intussen geleverd).

Dit is het hele pakket:

augustus 008

2 vaten van 30l, met waterslot en tapkraan

augustus 005zuurtemeter, lakmoes, densitometer (voor het suikergehalte), roerspatel, flessenborstel en zetgisten, pectine-afbraakmiddel

augustus 007

en voor de grande finale: kurken en een kurkenzetter

augustus 006

Nu nog eens denken aan een etiket-ontwerp. Of misschien toch eerst eens proberen met die oogstappeltjes, die naast de oprit groeien? Er is namelijk een basisrecept meegeleverd voor een appel/rozijnenwijn.

To do: plastieken zakjes van de juiste afmetingen meebrengen om over de trossen te trekken want anders zijn de vliegen en vogels ons vóór (is inmiddels ook gebeurd). Dan kunnen we op een droge tak sabbelen.

Eerst de hoekjes onderaan afknippen om luchtgaatjes te maken. OK, daar kan een wesp of een vlieg in kruipen, maar de kans is minder groot dan zonder zakje, toch?

augustus 001

Toegegeven, het ziet er niet echt fantastisch uit.  Maar volgens onze Sardijnse vriendin is dit de beste manier om hier te lande zonder serre onze druifjes te beschermen. Regen en hagel kunnen er niet zo goed bij, insecten ook niet en vogels al helemaal niet. En je hebt er nog het mini-serre effect bovenop. Ze had ons eerst grote petflessen met uitgesneden bodem aangeraden, maar die hebben het nadeel dat ze te smal worden eens de druifjes goed in de groei zijn. Dan moet je ze zover insnijden dat je ze net zo goed weg kan laten. Hier kan ik desgewenst de luchtgaatjes nog wat verder openen, terwijl de “cloche” toch geheel blijft.

augustus 003

augustus 002

Enfin, plannen genoeg, he. Als ge dan weet dat er nog een stuk of honderd steriliseerpotten, een steriliseerketel en een gasbrander op de zolder van de garage staan wachten…

Zelfkennis…

Niet meer to do, want vorige week al done: mij op de markt voorzien van 2 van die bommaschorten. Ge kent ze wel: zonder mouwkes, een zedig V-halske, in “een fris karoke“. Want ik ben begot toch zó ne smosser …

augustus

Categories: In de tuin, Praatjes | Tags: , | 12 Comments

Ochtendrendezvous…

Het grote voordeel van vroeg opstaan is dat je al op een voor sommigen ontieglijk uur een afspraakje kan versieren. Deze dagelijkse gast zat ca. 1,5m van mij verwijderd toen de postbode langskwam om de krant in de bus te duwen. Je zou voor minder op digitale abonnementen overstappen.

Categories: In de tuin | Tags: , | 8 Comments

Uit de fabels van Natuurindekijker…

Van de spin en de wesp

Er was eens een tuin met veel leuke rommelhoekjes. Er groeiden planten waar kleine, geniepige rovertjes naar hartenlust in konden spelen. Zo kwam het dat er op de lila bol van een kogeldistel een spierwit monsertje zat, een kameleonkrabspinnetje (Misumena vatia). Ze kon uren roerloos zitten wachten tot er zo’n domme aardhommel (Bombus terrestris) in haar netten verstrikt raakte.

Nu ja, uren hoefde ze vaak niet eens te wachten want die dikkoppen kwamen met massa’s op die bloemen af. Hommels mogen dan wel groot en sterk zijn, erg slim zijn ze niet. Als ze nectar gevonden hebben gaat hun verstand op nul. En dus werd ons krabspinnetje in no time een heuse krabspin.

In die tuin hing ook een raar houten ding met allemaal takjes en stokjes met gaatjes in. Een insectenhotel. Op die zonnige zondag in augustus kwam er een raar zoemend en krassend geluid uit dat hotel. Je moest wel een beetje opletten, want van de nabijgelegen snelweg kwam veel lawaai, maar toch kon je het horen. Het leek wel of iemand hout zat te kauwen met grote sterke kaken.

Eerst was het niet helemaal duidelijk in welke kamer de luidruchtige gast zich bevond, maar toen kwam ze (want het was een echt vrouwtje, zij het niet van koninklijken bloede) naar buiten en liet haar ware aard zien. Het was een ranke, slanke wesp. Helemaal in een strak zwart pakje, zoals al die moeilijke karakters in misdaadfilms. Het was een spinnendoder uit de legerscharen van de Pompiliidae.

De krabspin, volgevreten en loom van de zon, was niet erg oplettend en dat zal ze zich intussen al dik beklaagd hebben, want opeens voelde ze een prik en toen niets meer. Ze zag eerst één poot naar beneden dwarrelen, toen nog één en toen werd ze opgetild en door de lucht meegenomen naar het hotel. Een ontvoering op klaarlichte dag! Ze werd in een donkere gang geduwd en vastgebonden aan de muur. Toen ging dat zwart venijn met haar kont zitten wiebelen tot ze een ei uit haar smalle lijf geperst had en dat kleefde ze aan de verlamde spin vast.

Als de spin gehoopt had dat ze nog kon ontkomen als de pikuur eenmaal uitgewerkt was, dan kon ze dat snel vergeten. De glimmende kidnapster vloog enkele keren naar buiten en kwam telkens terug met metselspecie. En op enkele minuten tijd was de vluchtweg helemaal dicht gemetseld.

The movie

Categories: In de tuin, Vertelselkes | Tags: | Leave a comment

Blog at WordPress.com. The Adventure Journal Theme.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 54 other followers