Op stap

Op twee wielen…

OK, een super-geroutineerd fietser zal ik niet meer worden als ik nu nog moet beginnen. Maar na een dure miskoop door onervarenheid van mij en gemakzucht van de fietsboer, heb ik sinds gisteren een fiets die aan mijn (gebrek aan) lichaamslengte is aangepast. Ik voel me nu een stuk veiliger omdat ik weet dat ik met de tippen van mijn tenen aan de grond kan. Niet dat ik tussen thuis en werk ga balletdansen op wielen, maar toch… Een goed gedacht is alles.

Fietsboer1 had me destijds een fiets met 28″ wielen en een frame van 52cm aangesmeerd met de pertinente mededeling dat dat verhaaltje over met je voeten aan de grond kunnen onzin was. Ik sputterde lang tegen, maar uiteindelijk liet ik me overhalen. FOUT! Nadat hij me ook nog trachtte te ontmoedigen door er op te wijzen dat ik dan in kindersnoepkleurtjes over de fietspaden zou scheuren (een argument dat me helemaal niets deed) ging ik er maar van uit dat ik aan zo’n groot (voor mij toch) gedrocht vast zat. In de 5 jaar dat ik hem had heb ik er nog geen 300km mee gedaan. Schoondochter2 heeft er een goede zaak aan gedaan.

Nu het pensioen en hopelijk ook wat meer vrije tijd met rasse schreden dichterbij komen wou ik toch nog eens proberen en ik ging naar de man die me vorige keer niet geholpen had. Ik legde de verantwoordelijkheid van de miskoop voor een groot stuk aan zijn kant van de toonbank en vroeg of hij nu eindelijk wou leveren wat Koningin Klant vroeg. Na veel hakkelen en stotteren dat zijn leverancier die maat niet had, gaf hij mij een adres in Goes. In GOES of all places! Ik zou een fiets moeten gaan kopen in Zeeland, begot. Ik heb hem eens heel vuil aangekeken en ben per direct een dorp verder bij de nieuwe concurrentie gaan informeren.

Fietsboer2 wist me bij navraag onmiddellijk te melden dat een 26″ – 47cm steeds meer gevraagd wordt omdat vooral valpartijen bij dames vaak het gevolg zijn van een te grote fiets. Ze worden nu zelfs al in elektrisch aangedreven versie geleverd. Naast 4 catalogi van verschillende merken had hij ook nog 2 modellen in de toonzaal staan. En allemaal te verkrijgen in verschillende “volwassen” kleuren. Ik had eerst mijn zinnen gezet op een alu-kleurig exemplaar, maar die zijn in alle maten zo gewild, dat ik vast uren zou moeten zoeken in de volle fietsrekken op het werk. Ze zijn ook erg in trek bij fietsendieven. Dus heb ik toch voor een wat opvallender- en dus ook nog veiliger!-  kleurtje gekozen: wit met oranje. En om het helemaal zonnig te houden hangen er nu 2 feloranje fietstassen aan. Ter ere van het land waar ik me de afgelopen 2 weken goed geamuseerd heb op prachtige fietspaden.

juni13 007

Zelfs een strakke noordenwind tegen kon mijn enthousiasme niet drukken. Hier zal ik op veel plaatsen zowel de kwaliteit van de fietspaden als de beschutting van windsingels moeten missen. Wie het stuk tussen het veer en het station in Hoboken kent, weet wat ik bedoel.

Nu  ik zo ineens fietsminded ben geworden, zie ik ook overal nuttige nieuwtjes. Zo bijvoorbeeld ook op De Velotariër waarvan ik de link maar ineens opgeslagen heb in mijn blogrol. Je weet maar nooit. Al kan ik enkel jaloers zijn op mensen die zoveel boodschappen ineens meesleuren, ik ben gisteren toch al bij de slager langs geweest. Och en als ik eenmaal definitief thuis ben, kan ik elke dag rijden. Lekker vers. ;-)

Categories: Op stap, Praatjes | 2 Comments

Weer een vertelselke…

Maar eerst: merci Menck voor de deskundige uitleg over hoe ik mijn video’s rechtstreeks in de tekst kan plaatsen. Daar zat ik nu al zó lang op te wachten! Nu moét ik wel het jaaroverzicht 2012 afwerken! Elke avond een paar beelden selecteren en opladen en dan in een logje verwerken. Binnenkort in de huisbioscoop, dus…

 

Maar nu dus het vertelselke. Van een zachte januari, een tiental jaren geleden.

 

Ik gooi de deur van de auto open en meteen weet ik : er zit lente in de lucht. Een klein beetje nog maar, maar het is er, onmiskenbaar. De nog steeds koude lucht heeft net dát kleine vleugje vrolijkheid dat hij al een hele winter miste. De bijna zwarte aardkluiten geuren zurig-zoet, zoals ze dat alleen doen als ze zich klaarmaken voor het nieuwe werkzeizoen.

 

Door de dampwolkjes van mijn eigen adem heen kan ik een wonderlijk huppelend bolletje kleurige veertjes waarnemen. Het zwarte mezenkopje schroeft zich soepel in de onmogelijkste bochten, op zoek naar het eerste onvoorzichtige insect. In een naburige struik zit een soortgenootje een eerste onwennig refreintje te componeren, maar hij wordt daarbij voortdurend van de wijs gebracht door een eigenzinnige zanglijster, die elke keer weer korrekties aan het deuntje aanbrengt.

 

Een voorzichtig lauw zonnestraaltje tast langs de prille knoppen van een houtwalletje en blijft even verwonderd haperen aan de reeds losgebarsten vlierknoppen. Het vroege zondaguur zorgt ervoor dat alles nog betrekkelijk rustig is. Geen menselijk geraas verstoort de buurtpraatjes van enkele eksterparen die in de canadapopulieren druk in gesprek zijn. Af en toe mengt zich een bemoeizieke kraai in de discussie, maar ze wordt hardnekkig genegeerd.

 

Terwijl ik wat onwennig in deze wolk van geluiden rondloop, bespeur ik uit mijn ooghoek een prachtige haas die ook aan zijn ochtendwandeling is begonnen en behoedzaam mijn richting neemt. Ik hou me onbeweeglijk en durf nog nauwelijks te ademen. Tot het uiterste gespannen wacht ik af. De haas -niet van de kleinsten in zijn soort – nadert tot op minder dan tien meter en richt zich dan op. Een eeuwigheid lang blijven we zo oog in oog staan en trachten elkaars bedoelingen te peilen. De betovering wordt bruusk verbroken door een auto, die luidruchtig door de bocht van de straat komt en de haas op de vlucht jaagt.

 

Ik zet mijn speurtocht verder en ontdek ettelijke hoeveelheden bloeiende plantjes. De vogelmuur met zijn zilveren streep haartjes langs de stengel had ik wel verwacht, maar paarse dovenetel en klein kruiskruid bezorgen me een aangename verrassing.

 

Plots wordt de rust verstoord door een zestigtal opgewonden standjes in spikkelpak, die onder luid gekwebbel formatievluchten beginnen uit te voeren boven een akker. Gefascineerd volg ik het behendige kunst- en vliegwerk van deze gevleugelde schietspoeltjes, tot één van hen mijn aandacht trekt. Wat maakt hem zo anders dan de andere spreeuwen ? Het wil me eerst niet invallen, maar als de stuntvliegers zich even later een ogenblik aan de grond zetten, wordt me de reden van de storing duidelijk : er zit warempel een kramsvogel tussen het spreeuweneskader. Hij wordt overigens volledig geaccepteerd door zijn teamgenoten, past zich trouwens goed aan als de groep weer op de wieken gaat om andermaal een staaltje van verfijnde luchtacrobatie ten beste te geven.

 

En terwijl ik hen geamuseerd gadesla, weet ik : ook zij hebben de lentekriebels te pakken.

Categories: Op stap, Vertelselkes | Tags: , | 6 Comments

Natuurmomenten…

Na veel sukkelen, zuchten, sakkeren en af en toe ook eens hartsgrondig vloeken ben ik er eindelijk in geslaagd een aantal videobeelden op te laden. Grootste hindernis bleek het format van de beelden van mijn eerste camera te zijn. De omweg via  joetjoep was uiteindelijk de eenvoudigste manier om ze hier te delen.

De kwaliteit haalt lang niet het niveau van “BBC: eat your heart out“, maar die hebben dan ook heel ander speelgoed dan ik ooit kan betalen. En beroepslui die niets anders te doen hebben dan zich (tegen mooi geld) te amuseren met de dingen waar ik amper de tijd voor heb. Zij creëren gelegenheden waarvan ik alleen kan hopen dat ik ze ooit eens één keer kan meemaken (en dat ik dan net mijn camera bij de hand heb).

Ik heb ze min of meer in chronologische volgorde geplaatst, met telkens een kleine toelichting erbij.

1. Slechtvalk

Ik had mijn nagelnieuwe camera amper een dag of twee en zat nog regelmatig te klooien met de verkeerde knopen. Een statief moest nog bijeen gespaard worden en ik vraag me nog altijd af of ik die dag mezelf niet overeind probeerde te houden aan mijn nieuwe speeltje. Het waaide best nog wel heftig na van de nachtelijke storm.

De laatste dag van onze vakantie op Terschelling maken we traditioneel een “afscheidswandeling” langs het strand en ik kan wel verklappen dat dat vaak een emotionele toestand is. Geen van beiden is dan in staat er veel woorden aan vuil te maken en Kleenex doet gouden zaken.

Op deze wandeling was het niet anders. Toen we rechtsomkeer maakten en Manlief met de hondjes voorop liep, viel mijn oog op een raar gevormde balk die met het stormtij van de vorige dag aangespoeld was op het strand. De vermeende steunbalk die omhoog wees bleek bij nader toezien (vanop zo’n 12-13m!!!) een slechtvalk te zijn die zich zat te poetsen. Hij voelde zich helemaal niet bedreigd door mijn omzichtige nadering en herschikte zijn verwaaide veren. Pas toen hond Floor in volle galop kwam aanrennen, vond hij het welletjes geweest.

Slechtvalk

2. Spuwend strand

Een jaar na die eerste “scoop” hadden we een wandeling langs het Groene Strand gepland. Nauwelijks een paar honderd meter van de parking verwijderd, maakte ik een hoogst pijnlijke schuiver waarbij ik de kruisband van mijn rechter voet scheurde.  Ik bezwoer Manlief met de hondjes de wandeling verder te zetten. Ik zat eigenlijk perfect in een heerlijk najaarszonnetje en met een mooi uitzicht over de Waddenzee. Ik zou intussen nog wel wat verder oefenen met mijn camera. Ik installeerde me tegen een overhangende pol duingras in de hoop dat de pijn voldoende zou wegtrekken om later naar de auto te kunnen strompelen.

Opeens zag ik een klein gaatje in het zand. En daaruit kwamen steeds weer korreltjes naar buiten stuiven. Een spuwend strand? Maar nee, het was een heel ijverig beestje dat bijna letterlijk bergen verzette. Wist ik veel dat ik op dat moment alweer een primeur vastlegde…  Ik zat met mijn neus bovenop een  mierenleeuw (soort basterdzandloopkevertje) die zijn vangtrechter aan het graven was.  Mij naar binnen lokken was misschien nogal ambitieus, maar mijn aandacht heeft hij toch ruim een uur gevangen gehouden…

Mierenleeuw

3. De nieuwe ijstijd

Een ongewoon verjaardagsgeschenk: als we bij De Cocksdorp op de waddendijk staan, kijken we uit over een ijsvlakte zover het oog reikt. Het wad is bijna helemaal dichtgevroren. De enige geluiden – vervormd door de koude lucht (-18°C) – zijn het knallen van het kruiend ijs en het gakken van opvliegende ganzen.

De volgende dagen is een mogelijke 11-stedentocht zowat het enige onderwerp van gesprek op het eiland. Er kan geen plas van een halve vierkante meter dichtvriezen of de schaatsers zijn er, niet lang daarna gevolgd door een snertkraam en de onvermijdelijke hete chocolademelk, al dan niet met een tik.

Nieuwe Ijstijd

4. Ma biche

De Texelvakantie van mei-juni 2012 lag al kort in het verschiet, maar het lang weekend van Hemelvaart verleidde ons toch om een paar dagen naar de Viroinvallei te trekken. Op een stille, zwoele avond gingen we nog een wandeling maken in de buurt van onze blokhut en hadden een onverwachte en onverhoopte ontmoeting met dit feeërieke schepsel.

We waren heel omzichtig de open plek in het bos genaderd en hielden ons schuil tegen de bosrand, uitkijkend waar we onze voeten zetten om geen takken te laten knappen. De hinde kwam van de overkant de open plek op en plots stonden we oog in oog.

Ik maakte me zo klein mogelijk en filmde een beetje zijdelings zodat ik niet frontaal naar haar gericht stond. Een hoogst ongemakkelijke houding, maar het voornaamste was dat zij er zich op haar gemak bij voelde. En dat bleek ook door het feit dat ze wegwandelde en niet opgeschrokken in de begroeiïng dook.

Close encounters of a lovely kind

5. Vliegt de blauwvoet…

… storm op zee. Blauwvoeten hebben we niet gezien de eerste dag van onze lentevakantie op Texel. Maar stormen deed het wel en de vogels die toen aan het strand waren konden er niet mee lachen. In de lucht blijven was een krachttoer op zich, vooruitkomen bijna ondoenbaar. Netjes achter de bazaltblokken betere tijden afwachten was nog de beste oplossing.

Zelf hadden we ons niet aan zoveel natuurgeweld verwacht want achter de duinen en de dijk waaide het wel, maar met een stralende zon hadden we toch overmoedig onze korte broeken aangetrokken. Onnodig te zeggen dat we gezandstraald waren.

Vliegt de blauwvoet…

Categories: In de tuin, Op stap | Tags: , | Leave a comment

Nog meer Terschelling…

 

 

 

 

 

Een zicht op de Koegelwieck.

 

 

Eikvaren. Het mooiste zit aan de onderkant.

 

 

 

 

 

De Noordvaarder bij superlaag tij.

 

 

Portret van een echte Terschellingse.

Categories: De natuurgids, Op stap | Tags: , | 2 Comments

Op ‘t eerste gezicht: oktober…

Op ‘t eerste gezicht is er nogal een groot verschil met wat ik meestal in deze rubriek laat zien. Omdat ik op ‘t eerste gzicht nogal een eindje van dat stukje grond weg ben. 300km om juist te zijn.

En dan zie je ineens een ander oktober:

Klik op de foto’s en ze worden bigger than life. Sommige toch…

Categories: Op het eerste gezicht..., Op stap | Tags: , | 2 Comments

Mag ik u voorstellen…?

Lucky Marten, boommarter van beroep. Of liever: van voorbestemming, want nog lang niet aan stielkennis toe.

Zoon1 en Schoondochter waren tijdens het extra-lange weekend van 1 mei met Kleindochters1 en 2 naar Riemst getrokken om een beetje op adem te komen. Maar al bij hun eerste wandeling waren ze nog geen 5 minuten op stap of ze werden terug aan het werk gezet. Lucky (toen nog UNlucky) Marten was in de vergetelheid gevallen en ging een erg onzekere toekomst tegemoet. Waarschijnlijk een beetje te voortvarend geweest op een eerste verkenningstocht of Moeder de Vrouw had hem midden in volle verhuisactiviteit laten vallen omdat ze werd opgeschrikt. Anyway, ons kranige  kwartet had zich tot de tanden gewapend met gsm-faciliteiten en belde het Natuurhulpcentrum om assistentie.

Lucky Marten werd opgehaald door een (niet overdreven vriendelijke) vrijwilligster. Misschien zag zij haar nachtrust al verstoord door poppenpapfles en wekker. Schoondochter heeft nu maar een mailtje gestuurd om eens te informeren hoe het met de kleine vondeling gaat, zit en ligt. Hopelijk komt er goed nieuws uit de digitale brievenbus. Als aandenken hebben ze met diezelfde gsm in elk geval dit schattige portret van een poezelige boommarterbaby gemaakt.

Nog volop met de gedachten bij hun reddingsoperatie zijn ze ook nog ij zo na over een “dikke worm” gestruikeld. De “worm” zijnde een pootloze hagedis ofte hazelworm, maar die is hen waarschijnlijk te snel af geweest, want daar is geen foto meer van doorgestuurd…

Wat extra info over boom- en steenmarters, als reactie op wat Bentenge schreef:

Verschillen/overeenkomsten tussen boom- en steenmarters:

- ze zijn ongeveer even groot, zijn hoofdzakelijk bruin van kleur en hebben alle twee een opvallende bleke bef (keelvlek). Volgens de boekjes is op basis van de vorm en de kleur van deze bef onderscheid te maken: bij de steenmarter is die helder wit en gevorkt (loopt door tot op de voorpoten), bij de boommarter is de bef geel tot oranje en onregelmatiger van vorm. Maar het is niet altijd zo duidelijk en je hebt ze ook zelden samen om te vergelijken. De befkleur van boommarters varieert van oranje tot wit, terwijl zij  bij steenmarters ook wel eens gelig kan zijn. Ook de uitleg over de vorm van de bef is niet éénduidend.
- de kleur van snuit en neusspiegel geeft al meer onderscheid:bij boommarters is de snuit even donkerbruin als de voorpoten, bij steenmarters is die duidelijk lichter van kleur. Bovendien hebben boommarters een donkerkleurige neusspiegel (dat is dat lederachtige “tjoepke” vooraan), terwijl die bij steenmarters bleek tot vleeskleurig is. Ook de beharing van de onderkant van de poten (voetzolen) is verschillend: bij boommarters zijn de teen- en voetkussens minder zichtbaar omdat er meer voetzoolbeharing is. Maar een steenmarter in wintervacht kan t.o.v. een boommarter in zomervacht wel eens voor verwarring zorgen.

In dit geval kan de vindplaats soms een aanwijzing zijn, maar vaak komt het er op neer dat je de bevestiging nodig hebt van iemand die het terrein goed kent en weet heeft van eerdere waarnemingen.

Categories: De natuurgids, Op stap | Tags: | 14 Comments

Rhapsody in Blue…

Hallerbos, 16 april 2012.

De kleurverschillen zijn het gevolg van de al dan niet afwezige zon, maar ook van het spelen met de belichtingsinstellingen. Ik ben nog altijd mijn speelgoedje aan het leren kennen.

 

Categories: Op stap | Tags: , | 5 Comments

De Verrekieker…

Zoals op Texel 2012 te lezen is, zijn we weer naar de Waddeneilanden geweest. Het relaas wordt vanavond nog afgewerkt en de foto’s zijn nu ook bijna allemaal klaar om geplaatst te worden.

Een link die ik in mijn hoekje met natuursites zeker een plaatsje wil geven is die van De Verrekieker. Niet zomaar een winkel met wat vogeleten, een paar boekjes en wat eendenfluitjes.
Als je doorklikt naar Vogelinformatiecentrum Texel kan je veel informatie vinden over wat er vliegt en kwettert op Texel. Wie van plan is om Texel te gaan bezoeken en nogal gevoelig is aan donzig en gevederd leven, moét daar gewoon eens naar binnen gaan. Marc en José geven je graag tips i.v.m. bird watching, maar ook over hoe je je tuin nog diervriendelijker kan maken. Als je liever niet in je uppie gaat zoeken kan je onder begeleiding van Marc de beste plekjes leren kennen. En als je het nog eens rustig wil bekijken of voorpretjes wil halen kan je op de site ook de films bekijken die hij opgenomen heeft.

Categories: De natuurgids, Op stap | Leave a comment

Op naar de volgende lente…

Vriendin Carine heeft nu duidelijk de smaak te pakken. Op FB plaatste ze deze morgen volgend berichtje:

“Het is een koude winterse zondagochtend. De weg naar huis ligt er verlaten bij. Voor mij zie ik plots nog snel “iets” de straat oversteken/-huppelen en dat is duidelijk geen kat (en zeker geen vlinder ;-)). Wanneer ik op gelijke hoogte ben, zie ik verheugd dat het een zwart eekhoorntje lijkt dat gezwind een lage struik in klautert. Of horen eekhoorntjes bruin te zijn en was het dus toch iets anders…”

Ik vermoed dat het inderdaad geen eekhoorn was, Carine. De pluimstaart zou zijn identiteit bijna onomstootbaar hebben prijsgegeven, zelfs in de flits die zo’n passage maar duurt. Bovendien denk ik dat het landschap iets te open is bij jullie om eekhoorns aan te treffen. Ze houden meer van bomen dan van struiken. De kleur op zich geeft echter geen uitsluitsel: melanisme (donkere verkleuring) komt bij eekhoorns vaak voor.

Ik dacht onmiddellijk aan een marterachtige en dan schieten er in onze contreien niet zoveel opties meer over als je de grootte (geen kat, misschien een eekhoorn) in aanmerking neemt.

De kleinste die we hebben is de wezel, maar die had je waarschijnlijk ook niet voor een eekhoorn aanzien, want het zijn echt kleine, frêle figuurtjes.

wezel (Mustela nivalis)

Bovendien hebben ze een opvallende witte onderkant zoals je kan zien op de foto. Die doet je ook al niet direct aan een eekhoorn denken. Trouwens, een wezel is slechts 25 -28cm lang (het mannetje is iets langer dan het wijfje) en zijn ze eerder roodachtig.

Ze wonen vaak ongezien heel dicht bij de mens. In het begin- toen onze oprit nog niet verhard was – woonde er een wezel onder de drempel van de voordeur! We dachten eerst dat het een muizenholletje was, tot we eens het spichtige kopje met de fonkelende oogjes naar buiten zagen gluren. Toen hij merkte dat hij van ons geen gevaar moest verwachten, werd hij bepaald vranker en was er van het gezegde “zo bang als een wezel” nog weinig sprake.

Een hermelijn had je zeker herkend, want om deze tijd van het jaar hebben die hun koninklijke witte wintervacht met zwart staartpuntje nog aan.

hermelijn (Mustela erminea)

Ze kunnen tot een goede 30cm lang worden. De kans om hen overdag tegen te komen is groter dan bij de wezel, die als het even kan liever ‘s nachts actief is. De hermelijn neemt regelmatig een rustpauze, maar heeft verder geen voorkeur voor het uur van de dag of de nacht. Zijn prooien zijn uiteraard groter dan die van de wezel, maar de manier van doden is erg gelijkend. Met een beet in de nek langs waar het slachtoffer leegbloedt komen beide rovers aan de kost.

Zelf hebben we ooit – een jaar of 30 geleden – op een dijk langs de Meetjeslandse Smokkelroute een klein jong konijntje gezien met een wezel als een stola om de nek gedraaid. Alleen zag de toekomst er niet echt feestelijk uit voor de kleine langoor.

In ons land komen ook marters voor, maar die vind je eerder in Wallonië dan in Vlaanderen. Al kan je beter nooit “nooit” zeggen.

steenmarter (Martes foina) of fluwijn (denk aan Floere het fluwijn, van Ernest Claes)

Bosgebieden, op rotsgronden. Ze durven wel eens hun intrek nemen op zolders en houden dan vooral ‘s nachts een kabaal dat de rechtmatige bewoners tot wanhoop drijft.

Ze worden wel vaker verward met de boommarter, maar deze heeft een keelvlek die meer roomkleurig is. Bij de steenmarter wordt de helderwitte keelvlek doormidden gedeeld door een zwarte streep.

boommarter (Martes martes)of edelmarter

Hij  houdt zich op in bossen en lust wel een eekhoorntje op zijn tijd. Ook deze schavuit heeft in de gaten dat de nabijheid van de mens voordelen kan bieden qua woonst en bevoorrading.

Een paar jaar geleden vonden we in de buurt van Vierves (Viroinvallei) een dood wijfje langs de weg. Gezien de tijd van het jaar was het niet onwaarschijnlijk dat ze een nest jongen had, die nu door honger zouden omkomen. We verwittigden het plaatselijke natuurcentrum en ze wisten direct waar ze moesten gaan zoeken: een stuk ruïne van een oud klooster bood al een paar jaar onderdak aan een familie boommarters. Hoe het afgelopen is hebben we jammer genoeg niet meer gehoord.

Wie is dan mijn kandidaat voor jouw waarneming?

De bunzing (Mustela putorius)

Met zijn 30 tot 45cm een goede gok tussen een kleine kat en een eekhoorn. Ze hebben een donkerbruine tot zwarte vacht met een lichte binnenpels. Mogelijk heb je in de rapte zijn witte snuitje met het zwarte maskertje niet gezien dat wel karakteristiek is voor de soort. Algemeen wordt aangenomen dat dit de voorouders van de gekweekte fretten zijn.

De bunzing zoekt de omgeving van water met beschuttende begroeiïng, kleinschalig landschap (kleine akkerlandjes), droge sloten, houtwallen, bosranden, akkerranden, heggen. Dat is dus het landschap dat ze bij jou in de buurt wel kunnen vinden.

In de winter deinzen ze er niet voor terug om een boerderij of grote tuin te bezoeken op hun speurtochten naar eetbaars. Daarbij zijn ze niet echt kieskeurig. Alles van kleine knaagdieren over mollen tot amfibieën en vogels staat op hun menu. Dat er mogelijk een hond over het erf loopt baart hen geen overmatige zorgen want hun pels is zo dik dat de tanden van honden en vossen er zelden vat op krijgen. Bovendien zijn ze nog niet altijd geneigd om zomaar op de vlucht te slaan. Als ze belaagd worden beginnen ze te blazen en kunnen ze uit hun geurklieren een hoeveelheid bijtende en afschuwelijk stinkende melkachtige vloeistof wegschieten. Een straal van een halve meter is al goed genoeg om de meest volhardende vos of hond op andere gedachten te brengen.

Het zijn opportunisten die er geen graten in zien om een konijnen-, vossen- of dassenhol te kraken. Desnoods kan een mollengang ook dienst doen. Steenhopen, houtmijten, holle bomen, … Alles wat donker, warm en droog is wordt in dank aanvaard als schuilplaats.

De foto’s komen van de website www.accuraatplaagdieren.nl. Hoewel vooral gericht op de verdelging van deze intussen toch te zeldzame dieren om nog van “plaagdieren” te kunnen spreken, was hun arsenaal aan afbeeldingen een dankbare bron om uit te putten.

Categories: Op stap, Praatjes | Tags: | 1 Comment

Winterinsecten…

Een vriendin meldt op FB dat ze op tweede kerstdag gezellig voor de open haard zat en plots een oranje vlinder door de kamer zag vliegen. Verbaasde reacties alom op haar bericht, want…  in de winter zijn er toch geen insecten?

We hebben de strengste winter in jaren en toch hoor je dat mensen nog steeds muggen zien vliegen, zelfs al zijn ze bloednuchter. Veel opgetrokken wenkbrauwen en ogen met vraagtekens in, maar daar is geen enkele reden toe. Om te beginnen is een mug niet altijd een mug. Of toch niet dezelfde die je de halve zomer uit je slaap heeft gehouden.

Er is zelfs een soort die expliciet als “wintermug” door het leven gaat, de Epiphragma ocellaris. Een mondvol voor een onooglijk beestje van een halve cm groot, dat niets liever doet dan met zijn maatjes in een wolkje ronddansen in de buurt van een licht oppervlak zoals de was aan de waslijn of een plek sneeuw op de grond, zelfs bij fiks negatieve temperaturen. Bij ons in de tuin hangt er vaak een zwerm ter hoogte van het terras aan de zuidkant. Ik vermoed dat het hen te doen is om optimaal van de zonenergie te genieten, want onze gevelsteen zuigt elke micrograad zonnewarmte op als een spons. En waar is al dat gewriemel goed voor? Het draait om net hetzelfde als al het gestuiptrek en geschok in een overvolle dancing: een partner vinden! Met name het mannenvolk probeert op die manier op te vallen, want in hun eentje op zoek naar een lief gaan zou in deze tijd van het jaar geen sinecure zijn. En nee, ze zijn niet in ons geïnteresseerd. Tenzij je een wandelende berg organisch afval bent, natuurlijk.

Maar terug naar de oranje vlinder van vriendin Carine. Ik heb er geen foto van gezien, dus kan ik ook niet met een naam op de proppen komen. Maar er zijn heel wat vlindersoorten die een langer leven hebben dan een ééndagsvlieg. Er zijn er zelfs die – net als trekvogels – de halve wereld rond vliegen om de koude in onze contreien te ontvluchten en bij het begin van de lente de terugreis aanvatten. In feite een nog groter huzarenstuk dan dat van de vogels als je de afgelegde afstand uitzet tegen hun lichaamslengte. Ze maken – ook alweer net als de vogels – gebruik van de hogere luchtlagen om zich door de wind te laten meevoeren.

Tik maar even “trekvlinder” in op google of een andere zoekmachine en je kan een hele resem soorten terugvinden die op hun reis onze streken aandoen. En van bij ons zijn er dan weer die naar nog warmere gebieden vliegen. De distelvlinder (Vanessa cardui) bijvoorbeeld.

Maar er zijn ook van die die hards, die per sé moeten bewijzen dat ze zich niet laten afschrikken door wat sneeuw en ijs. Sommigen blijven gezellig in het ei zitten, anderen nemen al wat voorsprong en trotseren de kou als rups. De snelle jongens zijn al in het pop-stadium geraakt, maar er zijn er dus ook die “gewoon” als volwassen insect overwinteren. Bij die laatsten zijn de dagpauwoog, de gehakkelde aurelia, de kleine vos en de citroenvlinder.


Dagpauwoog of Aglais io



Gehakkelde aurelia of Polygonia c-album



Kleine vos of Aglais urticae



Citroenvlinder of Gonepterix rhamni

Met dank overigens aan insectenfotos.nl voor de afbeeldingen, want ik had er zelf niet direct een bruikbare bij de hand.

Mijn gok, Carine: de kleine vos. 1  en 4 vallen af, want 4 is niet oranje en 1 zou je zeker niet gewoon omschreven hebben als “een oranje vlindertje”. Blijven de gehakkelde en de kleine vos. Aan jou om het uit te maken aan de hand van de afbeeldingen die ik hier geplaatst heb. Maar ik ben er van overtuigd dat het beestje zich ongans schrok toen het houtblok waar het ongetwijfeld op zat te slapen ineens in de warmte en in het licht kwam. Gelukkig werd het diertje tijdig wakker om de vlammen te ontvluchten.

En intussen lees ik in de krant dat onze vaste en gekende wintergasten, de ganzen, het hier niet langer zien zitten en beneden de sneeuwgrens naar graslanden gaan zoeken. Als ze voorbij die paar miljoen idioten geraken die hen in Frankrijk en Spanje zitten op te wachten met een jachtgeweer. De beesten zijn vermoeid van een te lange reis en gebrek aan eten en dan zitten “echte mannen” op een lange rij in schuilhutten te wachten tot de vogels zowat uit de lucht vallen van uitputting. Stommeriken! Die foie is niet eens meer gras. Ga toch gewoon een pan eieren eten!


Categories: In de tuin, Op stap | Tags: , | 2 Comments

Blog at WordPress.com. The Adventure Journal Theme.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 54 other followers